Paragraaf 7 Verdiepingsstof. Boeddhisme: een godsdienst zonder goden, opdracht 35

Opdracht 35

Hieronder staat een uitgebreide tekst voer Boeddha, de stichter van het boeddhisme.

Lees deze tekst en maak aan de hand daarvan het volgende profiel op een apart blaadje.

Geboortejaar: -
Geboorteland: -
Sociaal-culturele achtergrond: -
Zijn jeugd: -
Belangrijke levenservaring: -
Belangrijke overtuiging naar aanleiding van deze ervaring: -
Zijn opvatting over hoe de mens het lijden kan voorkomen: -
Zijn opvatting over de waarheid van het menselijk bestaan: -
Activiteiten in de rest van zijn leven: -
Zijn eretitel (volgens zijn aanhangers): -
Zijn sterfjaar: -

 

Boeddha: de stichter

Boeddha wordt gezien als de stichter van het boeddhisme. In de ogen van boeddhisten ontstond het boeddhisme al voor zijn geboorte met de verhalen over zijn vorige levens. Het Boeddhisme gaat immers uit van de leer van de wedergeboorte: iemands leven is het resultaat van zijn handelingen in een vorig leven.

Boeddha werd omstreeks 490 voor Christus als Siddharta Gautama geboren in wat nu het zuiden van Nepal is. Hij werd uit koninklijke ouders geboren: vandaar dat we ook spreken over prins Siddharta.

Wetenschappers zijn het er over eens dat Boeddha een historische figuur is geweest, wat niet wegneemt dat zijn geboorte en leven omgeven is door allerlei wonderlijke verhalen. Zo zou zijn moeder, koningen Maya, bij zijn conceptie gedroomd hebben dat een witte olifant pijnloos aan haar zijde ontsprong, zeven stappen deed en sprak: “Ik ben geboren om verlichting (bodhi) te bewerkstellingen voor de goede mensen op deze aarde. Dit is mijn laatste geboorte.”

Siddharta had een onbezorgde jeugd in het paleis van zijn ouders. Deze lieten hem trouwen met Jasjoda. Zij kregen een zoon met de naam Ráhoela. Toen hij een jaar of dertig was, wilde Siddharta wel eens weten wat er zich buiten het paleis afspeelde. Hij vroeg toestemming aan zijn ouders om zich buiten de paleismuren te begeven en kreeg die van zijn vader. Tijdens de wandelingen die hij maakte in een tuin werd hij zich bewust hoeveel lijden er was onder de mensen. Hij zag een oude man die ongelukkig was en een zieke man die zich rondwentelde in bloed en vuil. Ook werd hij geconfronteerd met een lijk dat werd weggedragen op een baar om verbrand te worden. Siddharta concludeerde uit deze ervaringen dat het leven van de mens ten diepste een leven van lijden is.

Tijdens zijn wandelingen kwam hij ook in contact met een bedelmonnik: iemand die gedisciplineerd en sober leefde wat betreft eten, drinken en seksualiteit, maar wel tevreden was. Siddharta raakte geïnspireerd door deze man en ging zelf ook als een asceet leven. Hij voerde zijn zelfverzaking zover door dat hij bijna overleed. Op een gegeven moment zag hij in dat deze manier van leven toch niet leidde tot de gewenste vorm van verlichting. Siddharta koos daarom voor een middenweg tussen totale ascese en genot.

Vele omzwervingen brachten hem op een gegeven moment bij de boom van verlichting (de bodhi-boom). Hij deed daar - in een 49 dagen durende meditatie - een uiterste poging zich te bevrijden van lijden, dood en wedergeboorte. Volgens de overlevering werd hij daarbij getest. De God Mara zond zijn dochters om Siddharta te verleiden en zijn zoons om hem weg te jagen. Siddharta weerstond beide aanvallen. Tijdens een laatste nacht van meditatie kreeg hij een fundamenteel begrip van het menselijk bestaan. Hij kreeg inzicht in Dharma: de waarheid van het menselijk bestaan. De kern van die waarheid is het inzicht in de bevrijdende ontdekking van het niet-willen, het niet-begeren en het niet-verlangen als manieren om immuun te zijn voor psychische pijn.

Siddharta zwierf de rest van zijn leven in gebieden die nu het noorden van India vormen. Hij mediteerde, onderwees de Dharma en stond aan de basis van de boeddhistische gemeenschap (Sangha). Zijn aanhangers noemen hem Boeddha (de verlichte), hetgeen een eretitel is van een persoon die buitengewoon veel wijsheid bezit. Boeddha werd dus niet gezien als een God of een bovennatuurlijk wezen maar als een wijze leraar die de antwoorden had op de grote levensvragen in het menselijk bestaan. Zijn wijze uitspraken werden al tijdens zijn leven verzameld door zijn leerlingen.

Hij stierf al mediterend in 410 voor Christus. Na de crematieplechtigheid verzamelden zijn aanhangers beenderresten, as en de urn. Ze plaatsten dit in verschillende grafheuvels (stupa’s). Boeddhisten vereerden deze plaatsen met relikwieën van hun stichter.